Het intense verdriet om de eenzame zelfdoding van haar zoon

Opgetekend verhaal door Lidy Schoon

In april vorig jaar maakte haar zoon René* (1971) een einde aan zijn leven. Hij had al jaren last van ernstige darmklachten die hem tot fysieke en geestelijke uitputting hadden gebracht. Na  een heel traject binnen de reguliere gezondheidszorg en de ggz, vroeg hij om euthanasie. De behandelend psychiater wilde eerst nog verhoging van medicatie en als dat niet hielp dan elektroshocks. René wilde dit niet. Zijn huisarts en het Expertisecentrum Euthanasie vonden dat er geen sprake was van ondraaglijk lijden. Een afwijzing van euthanasie maakt de nood groot voor mensen die geen uitweg zien met alle gevolgen van dien. Rond zelfdoding hangt een criminele sfeer. Alleen al het woord ‘zelfmoord’ is illustratief zoals ook het feit dat hulp bij zelfdoding strafbaar is. Dat verzwaart het proces van zelfdoding, zowel voor de persoon zelf als voor de naasten. Zijn moeder (1945) stond aan de zijlijn.

Kun je iets vertellen over de achtergronden?

René had met ons (zijn broer, schoonzus en mij) besproken niet langer te willen leven. Wij bevestigden dat hij geen leven had en dat wij mee konden gaan in zijn stervenswens, hoe moeilijk dat ook voor ons was. René isoleerde zich van iedereen, ook van zijn twee kinderen, hij wilde niet dat zij zijn worsteling zagen. Hij vertelde niet gehoord te worden binnen de ggz. Hij kreeg binnen drie jaar vijf verschillende psychiaters en moest iedere keer opnieuw zijn verhaal doen. René, die uiteindelijk op eigen initiatief bezig was met de afbouw van medicijnen die hem niet hielpen, kreeg daar geen hulp bij. Uiteindelijk heeft hij zijn wens om te sterven zelf volbracht met de heliummethode. Hij had zich tot in detail voorbereid en zijn wijze van uitvoering was erg zorgvuldig. Het mag vreemd voorkomen maar ik was daar trots op. Hij had een keuze gemaakt rekening houdend met de mensen die hij achterliet. Hij had er alles aan gedaan om ons uit de wind te houden.

Hoe hebben jullie hem gevonden?

Elke zondag kwam René bij mij eten en we belden dagelijks met elkaar. Toen ik hem rond 17.00 uur niet kon bereiken werd ik onrustig. Ik besloot tot 19.00 uur te wachten, dat was de tijd van ons tweede belletje. Daarna ben ik mijn andere zoon gaan bellen die meldde dat René zijn appje van die middag niet had gelezen. Ons vermoeden dat hij zijn zelfdoding in gang had gezet joeg ons angst aan. Mijn schoondochter die een sleutel van zijn huis had, besloot direct naar ons toe te komen. Ik reed naar zijn huis waar alles donker was. Het was inmiddels rond 20.30 uur. In gesprek met 112 en de plaatselijke politie verzochten wij om te wachten tot we met de sleutel naar binnen konden. Toen bleek dat hij zijn sloten had vervangen. De politie is via de schutting naar de achterdeur gegaan die niet op slot was. Zij gingen als eersten naar binnen en zagen hem ook als eersten. In een later gesprek vertelden zij niet eerder zo’n ‘mooie’ zelfdoding te hebben gezien. Mijn zoon lag rustig in zijn bed, geen tekens van paniek, angst of verzet, alsof hij gewoon in slaap was gevallen.

Door wat er daarna in zijn huis gebeurde, raakte ik geblokkeerd in mijn gevoel. Kasten werden geopend, briefjes gelezen, bevraging door de politie of er sprake was van medeplichtigheid. Ik zat daar alsof niets er meer toe deed. Dit duurde tot de volgende ochtend vijf uur. In het laatste deel van de nacht en de vroege ochtend draaide alles om het afhandelen van de formaliteiten na ‘het plegen van een zelfmoord’.

Wat heeft je het meeste pijn gedaan?

De  discrepantie tussen de bevindingen van de gezondheidszorg en de beleving van mijn zoon over zijn eigen lijden. De ernst van zijn lijden is onderschat. Hoe hij zijn lijden zelf ervaarde was niet het uitgangspunt en behoort dat wel te zijn. Onze persoonlijke ervaringen konden we niet kwijt toen wij waren uitgenodigd om de evaluatie van het ggz-team na zijn overlijden bij te wonen. Daar zat een grote groep hulpverleners die wel hun ervaring toelichtte. Zij kwamen tot de conclusie dat alles gedaan was binnen hun vermogen. De bijeenkomst beperkte zich tot hun evaluatie. De bespreking was een vervreemdend gebeuren waarbij het vooral ging over de mogelijkheden binnen het eigen systeem waarvan ik wist dat René daarbij geen aansluiting vond. Ik voelde ongecontroleerde emoties opkomen over zoveel afstand tussen wens en aanbod. Ik heb al huilend uitgeroepen: “Jullie moesten eens weten hoe eenzaam hij is gestorven en hoe ondraaglijk eenzaam ik als moeder ben achtergebleven.”

Wat heeft je geholpen?

Pas toen ik maanden later een tv-uitzending zag met de psychiater Boudewijn Chabot over een zelfgekozen levensbeëindiging met de heliummethode, begreep ik dat het ook anders had gekund. Chabot vertelde over het stervensproces, wat er gebeurt, en haalde daarmee zelfdoding uit de strafbaarheid. Zijn bespreking maakte van een zelfgekozen dood een waardig gebeuren. Hij gaf voor mij een nieuwe invulling aan het sterven van mijn zoon. Ik bemerkte hoe ik vastzat in mijn rouw. Het was voor het eerst dat ik iemand hoorde spreken over een gedachte die ook bij mij speelde: ook een zelfdoding hoeft niet in alle eenzaamheid te verlopen. Dat gaf mij verlichting en ik vond troost in de erkenning van die eenzaamheid.

Mijn verlangen om zo dicht mogelijk bij zijn sterven te zijn, is onmogelijk gemaakt. Eerst de afwijzing van de hulpverlening om euthanasie te verlenen en daarna de afhandeling van de politie bij een niet-natuurlijke dood. Er zit een groot gat tussen de beleving van een moeder die haar zoon verliest door zelfdoding en de overheid die hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Daardoor wordt het wel heel moeilijk gemaakt om in het bijzijn van naasten te sterven. Het besef hoe eenzaam hij moet zijn geweest in zijn voorbereiding en uitvoering kent geen woorden. Ik voelde een ondraaglijke eenzaamheid bij de wetenschap dat mijn kind zonder geliefden was gestorven. Ik wil ruchtbaarheid aan deze gang van zaken geven, want iedereen die voor de eerste keer een zelfdoding meemaakt weet niet wat er allemaal bij komt kijken. Ik begrijp dat de politie een protocol moet afhandelen na een niet-natuurlijke dood, maar de criminele sfeer rond zelfdodingen verstoort het rouwproces van nabestaanden.

* Dit is een gefingeerde naam, de echte naam is bij ons bekend. 

Fonds Laat mij gaan bevordert en ondersteunt initiatieven die gericht zijn op een samenleving waarin mensen de mogelijkheid hebben om hun zelfgekozen levenseinde op een waardige, humane manier vorm te geven. Het Fonds is in 2019 gestart onder de naam Stichting Laatste Wil. Op de website treft u nog verwijzingen naar brondocumenten met het logo Stichting Laatste Wil.